Wat is een workspace?
Een workspace is een interactieve chat-sessie met een Claude-agent die toegang heeft tot één van jouw codebases. De agent kan bestanden lezen, patronen zoeken en concrete wijzigingen voorstellen, maar verandert nooit zelf iets op schijf. Elke sessie hangt aan een project (codebase + connectie) en kan optioneel gekoppeld zijn aan een issue.

De workspaces-lijst
De Workspace-index is een DataTable — dezelfde primitives als Issues, Projects en Knowledge:
- Server-side sort + filter, saved views, kolomzichtbaarheid, CSV-export.
- Keyboard-nav (
j/k,/om search te focussen,Enterom in te duiken,Escom te clearen). - Klikken/Enter routeert naar
/workspace/:id. De detailpagina onthoudt de lijstcontext, dus[/]lopen prev/next binnen het filter waarvanuit je kwam. - Sticky toolbar + kolomheader — lange lijsten blijven scanbaar terwijl de search-input bereikbaar blijft.
Bulk-acties op de lijst zijn bewust beperkt (rename / delete) — het werkoppervlak is de chat zelf.
Keymap en command-palette: zie Toetsenbord & command palette.
Een sessie starten
- Ga naar Workspace in de zijbalk en klik New code session.
- Kies een project — de codebase, branch en connectie worden uit het projectprofiel afgeleid.
- Geef de sessie een titel (bv. "Fix payment metadata"), optioneel een gekoppeld issue (bv.
BIZ-29), en een korte instructie. - Klik Start session. Je komt direct in de chat.
Vanaf dat moment kun je vragen stellen, wijzigingen voorstellen of screenshots / bestanden aanhangen — zoals een normale chat, maar met codebase-context.
Wat de agent wel en niet kan
De agent kan jouw codebase verkennen — directories doorlopen, bestanden lezen en in source-code zoeken — en wijzigingen voorstellen. Wat 'ie nooit doet: rechtstreeks naar bestanden schrijven. Elke wijziging gaat via het Patch-panel en landt pas na goedkeuring — standaard als jij Apply klikt, of automatisch als pull request wanneer het project auto-delivery heeft aangezet.
In trusted mode mag de agent ook shell-commando's draaien en webpagina's ophalen. In restricted mode is dat uit (zie hieronder).
Patch-approval flow
Stelt de agent een wijziging voor, dan verschijnt rechts het Patch-panel met de voorgestelde bestanden, een diff-view en notities. Niets daarvan raakt je codebase totdat jij dat goedkeurt:
- Approve — markeer de patch als geaccepteerd.
- Apply — schrijf de wijzigingen naar de werkkopie of branch.
- Reject — gooi het voorstel weg, eventueel met feedback waarmee de agent een nieuwe versie maakt.
Elke patch krijgt een versienummer. Eerdere versies blijven zichtbaar zodat je terug kunt kijken naar wat je hebt geweigerd.
Is de sessie gekoppeld aan een issue met een lopende missie, dan kan er een goedkeuringspoort boven de patch verschijnen (bijvoorbeeld een CTO-poort). Het patch-paneel respecteert die poort: je handelt eerst de poort af. Zie Goedkeuringen voor hoe plan- en patchpoorten werken.
Persistent memory
Een sessie onthoudt de hele conversatie. Eerdere berichten, bestanden die de agent al heeft bekeken en feedback die je hebt gegeven blijven beschikbaar in volgende beurten — ook na een reload of de volgende dag. Lange threads worden samengevat zodat de agent context houdt zonder elk oud bericht woord-voor-woord opnieuw te lezen.
Trust modes
Twee modi, ingesteld via Settings → AI:
- Trusted (standaard voor desktop) — de agent mag naast het lezen van de codebase ook shell-commando's draaien en webpagina's ophalen. Bestandsmutaties blijven achter de Approve-poort.
- Restricted (hosted / multi-tenant) — shell-toegang en web-fetching zijn uit. Aanrader voor gedeelde infrastructuur.
FAQ
Past de agent zelf bestanden aan? Nee. Bestandsmutaties zijn altijd geblokkeerd. Een patch bereikt je repo alleen via goedkeuring — handmatig met Apply, of als automatisch geopende pull request wanneer het project auto-delivery heeft aangezet.
Kan ik een sessie hervatten? Ja — open hem opnieuw vanuit de Workspace-lijst. De geschiedenis blijft staan tot je verwijdert.